zoeken

2.1 Wie kan een deelgeschilprocedure aanhangig maken?

Wie mogen eigenlijk een deelgeschil starten? Artikel 1019w Rv noemt de partijen die een deelgeschil kunnen starten. De minister heeft ervoor gekozen om de deelgeschilprocedure open te stellen voor die personen voor wie een trage afwikkeling van hun zaak het meest belastend is. Om die reden  is de deelgeschilprocedure niet beschikbaar voor bijvoorbeeld werkgevers die een regresvordering krachtens art. 6:107a BW willen laten toetsen. Maar hoe zit het met de ambtenaar die zijn werkgever (bestuursorgaan) aansprakelijk houdt voor een ongeval? En kan een gewezen advocaat zijn kosten via de deelgeschillenrechter verhalen op basis van een private lastgevingsovereenkomst?

Rechtbank Den Haag, 19 mei 2015
Ongepubliceerd

Essentie
De aansprakelijkheidsvraag kan ook door een ambtenaar in een deelgeschilprocedure worden voorgelegd. Dat is bijvoorbeeld mogelijk wanneer het bestuursorgaan (nog) geen besluit genomen heeft over de aansprakelijkheid of de ambtenaar de bestuurlijke rechtsgang niet (tijdig) heeft ingesteld. Voorwaarde is in ieder geval dat de bestuursrechter nog niet over de gevorderde schadevergoeding mag hebben beslist.

Feiten en (aanleiding tot) het verzoek
Een politieagente (hierna: A) overkwam in 2012 een ongeval tijdens een training ter voorbereiding op af te leggen toetsen. A viel met haar achterhoofd tegen een stenen muur van de sporthal nadat één van haar collega’s een duwtrap had uitgevoerd. A heeft daardoor ernstig hersenletsel opgelopen. Achmea, de verzekeraar van het politiekorps, houdt aansprakelijkheid af. A wenst een formeel besluit over de aansprakelijkheid van het politiekorps niet af te wachten en start een (civiele) deelgeschilprocedure. Het politiekorps stelt zich op het standpunt dat A, vanwege haar aanstelling als ambtenaar, haar vordering aan de bestuursrechter had moeten voorleggen en dat de deelgeschilrechter daarom onbevoegd is van het geschil kennis te nemen.

Beslissing
De rechtbank volgt het politiekorps niet in haar standpunt en acht zich bevoegd van het geschil kennis te nemen. Vaststaat dat door de politie geen besluit over de aansprakelijkheid is genomen, althans dat A de bestuurlijke rechtsgang niet heeft benut. Daarmee staat voor A de civiele weg nog open. De rechtbank verwijst voor wat betreft de motivering van haar oordeel naar het arrest van de Hoge Raad van 30 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:BJ6020). De Hoge Raad besliste in dat arrest dat een ambtenaar na afwijzing van de aansprakelijkheid door het bestuursorgaan het recht heeft zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog geen oordeel over de gevorderde schadevergoeding heeft gegeven. De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat de zaak zich niet leende voor een deelgeschil en wees het verzoek af op grond van artikel 1019z RV.

 

Rechtbank Den Haag, 1 mei 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:7010

Essentie
Wanneer aansprakelijkheid door een bestuursorgaan wordt afgewezen, heeft een benadeelde ambtenaar het recht zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog geen beslissing heeft genomen over de gevorderde schadevergoeding van deze ambtenaar. Door deze uitspraak ontstaat een opening voor ambtenaren om een geschil over aansprakelijkheid aan de (civiele) deelgeschilrechter voor te leggen.[1]

Feiten en (aanleiding tot) het verzoek
Een politieagente (hierna: A) is in 1994 een ongeval overkomen tijdens een vaarinstructie met een snelle motorboot. A werd daarbij door de boot geslingerd en liep letsel op. Het politiekorps houdt aansprakelijkheid af. A gaat uiteindelijk in beroep bij de bestuursrechter. De bestuursrechter wijst A op de mogelijkheid haar vordering aan de burgerlijke rechter voor te leggen. A heeft daarop haar beroep ingetrokken. Zij probeert vervolgens alsnog aansprakelijkheid te vestigen in een (civiele) deelgeschilprocedure.

Beslissing
De rechtbank onderzoekt in de eerste plaats of A ontvankelijk is in haar verzoek. Daarbij verwijst de rechtbank naar het arrest van de Hoge Raad van 30 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BJ6020) waarin de Hoge Raad het ontvankelijkheidverweer van de werkgever verwierp en oordeelde dat een benadeelde werknemer/ambtenaar het recht heeft na afwijzing van aansprakelijkheid zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog niet oordeelde over de gevorderde schadevergoeding. De rechtbank stelt vervolgens vast dat A de bestuursrechtelijke weg niet heeft vervolgd. De rechtbank oordeelt dat om die reden de civiele weg voor A nog open stond zodat zij ontvankelijk is in haar verzoek. Het verzoek werd vervolgens alsnog afgewezen op grond van artikel 1019z Rv, omdat de toedracht tussen partijen niet vaststond.

 

Rechtbank Amsterdam, 29 november 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7235

Essentie
Een (voormalig) advocaat van een benadeelde tracht zijn declaratie door middel van een deelgeschilprocedure alsnog vergoed te krijgen van de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij. Geoordeeld wordt dat hij niet behoort tot de kring van gerechtigden die op grond van artikel 1019w lid 1 en 2 Rv recht hebben op toegang tot de deelgeschilprocedure.

Feiten en (aanleiding tot) het verzoek
A is eind 2009 op een gesloten afdeling van een door X geëxploiteerd psychiatrische instelling geplaatst. A heeft letsel opgelopen doordat hij op enig moment uit het raam van de instelling is gesprongen of gevallen. De vader van A heeft in zijn hoedanigheid van zaakwaarnemer van A een advocaat ingeschakeld om de belangen van zijn zoon te behartigen. Tussen A en de advocaat is een privatieve lastgevingsovereenkomst gesloten op grond waarvan de advocaat de kosten van rechtsbijstand rechtstreeks kan verhalen op de aansprakelijke verzekeraar. De advocaat van A, die ten tijde van dit deelgeschil niet meer voor A optreedt, entameert een deelgeschilprocedure met het verzoek de aansprakelijke verzekeraar te veroordelen tot betaling van zijn openstaande declaraties.

Beslissing
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de advocaat zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Daartoe wordt overwogen dat niet valt in te zien dat de advocaat valt onder één van de categorieën die staan genoemd in artikel 1019w Rv. De rechtbank stelt vast dat de advocaat zelf geen schade lijdt of heeft geleden door dood of letsel. Evenmin heeft de advocaat een vordering van deze schade onder algemene titel verkregen. Dat de advocaat beschikt over een lastgevingsovereenkomst om de kosten van rechtsbijstand rechtstreeks op de aansprakelijke partij te verhalen, maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat hij daarmee de bevoegdheid heeft verkregen deze kosten door middel van een deelgeschil op de aansprakelijke partij te verhalen. De vordering van de advocaat wordt dan ook afgewezen.

Tips en conclusies:

Als het om een aansprakelijkheidskwestie gaat en de bestuursrechter heeft daarover nog niet beslist, dan kan het zinvol zijn om te kiezen voor de civiele deelgeschilprocedure.

[2] Zie ook: Rechtbank Amsterdam, 2 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1402.

 


Klant aan het woord

  • Wat valt er allemaal onder letselschade en hoe krijg je waar je recht op hebt.

    Joyce (19), student

  • Blij dat ik tijdig advies heb ingewonnen. Zo hoefde ik niet alleen met de verzekeraar om tafel.

    Monique (55), verpleegkundige

  • De verzekeraar wilde mijn schade afkopen met 15.000 Euro. En ik maar denken dat dat redelijk was...

    Arjan (28), ondernemer

Blijf op de hoogte en meld je aan voor onze nieuwsbrief

sitemap | contact | internet marketing dotsolutions